Home

Grensoverschrijdende vergunningen

Let op: opent in een nieuw venster E-mailadres

bron: Fenedexpress, februari 2009


Op 17 november 2008 heeft de Europese Commissie Verordening (EG) nr. 1192/2008 aangenomen. Deze verordening wijzigt de Uitvoeringsverordening Communautair Douanewetboek (hierna: UCDW) op een aantal punten ingrijpend. Met name op het gebied van de grensoverschrijdende vergunningen en vertegenwoordiging zal deze verordening voor de dagelijkse douanepraktijk van invloed zijn.

Grensoverschrijdende vergunningen

In het huidige UCDW zijn alleen bepalingen voor grensoverschrijdende vergunningen opgenomen voor het gebruik van economische douaneregelingen en voor bijzondere bestemmingen. Gezien de huidige economische ontwikkelingen en de doelstelling om van de Europese Unie een meer concurrerende economie te maken, werd dit door de Commissie ongewenst geacht. Om die reden is de mogelijkheid geopend om een grensoverschrijdende vergunning te krijgen voor vereenvoudigde aangiften en de domiciliëringsprocedure.

Grensoverschrijdende vergunningen voor vereenvoudigde procedures en de geïntegreerde grensoverschrijdende vergunningen maken het mogelijk dat ondernemingen de boekhouding, de logistiek en de distributie centraliseren en integreren. Op die manier kunnen ondernemingen besparingen realiseren op het gebied van administratie- en transactiekosten.

Vanaf 1 januari 2009 is het mogelijk een grensoverschrijdende vergunning aan te vragen voor:

  • vereenvoudigde aangifte in de zin van artikel 76, lid 1, CDW;
  • domiciliëringsprocedure in de zin van artikel 76, lid 1, CDW;
  • economische douaneregelingen in de zin van artikel 84, lid 1, letter b, CDW; en
  • bijzondere bestemmingen in de zin van artikel 21, lid 1, CDW.

Deze vergunningen kunnen geïntegreerd worden tot één vergunning.

Bij gebruik van de vergunning vereenvoudigde aangifte moeten bepaalde gegevens worden verstrekt of bij gebruik van een domiciliëringsprocedure worden opgenomen in de administratie. Indien er sprake is van een grensoverschrijdende vergunning dienen de gegevens die in het kader van de vereenvoudigde aangifte ten minste moeten worden verstrekt het maximum te zijn, dat een douanekantoor in een andere lidstaat ter beschikking kan worden gesteld.

De Commissie heeft nu, door aanpassing van artikel 253bis, UCDW, vastgelegd dat het gebruik van de vereenvoudigde aangiften en van de domiciliëringsprocedure, na een overgangsperiode, alleen zal worden toegestaan aan marktdeelnemers die elektronisch douaneaangiften of kennisgevingen indienen, zoals in een eenvoudige en papierloze omgeving is vereist.

Aan artikel 253bis, UCDW is daartoe een alinea toegevoegd. De overgangsperiode zal lopen tot 1 januari 2011 (artikel 3, Vo. (EG) nr. 1192/2008).

Samenloop met AEO certificaten

De Commissie verwacht dat AEO-certificaten en dan met name die voor douanevereenvoudigingen, vaak met grensoverschrijdende vergunningen zullen worden gecombineerd. De regels inzake afgifte, schorsing en intrekking van beide soorten vergunningen zijn daarom zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Ook de bepalingen inzake de te voeren administratie zijn voor wat betreft de AEO-certificering en de grensoverschrijdende vergunningen op elkaar afgestemd om een passende controle door de douane mogelijk te maken.

Om dit te bewerkstelligen is in Deel I, Titel IX, hoofdstuk 1 van de UCDW een nieuwe Afdeling 2 ingevoegd. Deze afdeling omvat de artikelen 253 ter tot en met 253 octies die in werking zullen treden met ingang van 1 januari 2009.