Op 12 februari 2008 heeft de Raad van de Europese Unie twee richtlijnen vastgesteld. Deze richtlijnen bevatten voor de praktijk van internationaal opererende bedrijven twee belangrijke wijzigingen in de btw-wetgeving.
De belangrijkste wijzigingen:
1. nieuwe regels met betrekking tot de plaats waar dienstverrichtingen belast zijn voor de omzetbelasting, tezamen met een listingverplichting voor grensoverschrijdende diensten;2. een modernisering van de teruggaafprocedure van in andere lidstaten betaalde btw.
Tegelijk met deze wijzigingen zal een frauderichtlijn worden geïmplementeerd. Deze houdt in dat de gegevensuitwisseling over goederenleveringen tussen de lidstaten wordt geïntensiveerd.
De richtlijnen verplichten de lidstaten om de regeling zoals deze is opgenomen in de richtlijn om te zetten in de nationale btw-wetgeving. De implementatie dient te geschieden voor 1 januari 2010. Op die datum zullen de nieuwe regels ook van kracht worden. Een klein gedeelte van de regels zal ingaan op respectievelijk 1 januari 2011, 1 januari 2013 en 1 januari 2015.
Op 25 maart 2009 is het Wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Het is de grootste BTW-verandering sinds de afschaffing van de fiscale grenzen voor goederentransacties in 1992.
In dit artikel zal in grote lijnen worden ingegaan op de gevolgen van de nu voorgestelde wetswijzigingen. In de loop van het jaar zal dieper worden ingegaan op de uitvoeringsaspecten en de betekenis voor de praktijk van deze nieuwe regels.
Plaats van dienst
Nieuwe regels plaats van dienst
De nieuwe regels voor de bepaling van de plaats van dienst worden eenvoudiger
Algemene regel B2B: land waar afnemer is gevestigdtoepasbaar. Dit betekent ook dat veel interpretatieverschillen over de plaats van dienst tussen de lidstaten vanaf 1 januari 2010 verleden tijd zijn.
Het doel van de wijzigingen is dat de belasting in principe wordt geheven op de plaats van het verbruik, tenzij dit leidt tot extra verplichtingen voor ondernemers die als onevenredig, omslachtig of onpraktisch worden beschouwd.
Hoofdregel Business to Business (B2B)-diensten
De hoofdregel voor het belasten van diensten van bedrijven aan bedrijven (B2B) wordt gewijzigd.
Thans is de hoofdregel voor de plaats van dienst, daar waar de dienstverrichter is gevestigd. Als nieuwe hoofdregel voor de plaats van dienst - en dus van btw-heffing - wordt gekozen voor de plaats waar de afnemende ondernemer is gevestigd of een vaste inrichting heeft. Nieuw is ook dat iedere rechtspersoon met een btw-identificatienummer voor de plaats van dienst wordt aangemerkt als een ondernemer.
Als de nieuwe hoofdregel voor B2B-diensten van toepassing is wordt de plaats van dienst de plaats waar de afnemer is gevestigd. Als de afnemer in een andere lidstaat is gevestigd wordt de belastingheffing altijd verlegd naar de afnemer. De verleggingsregeling betekent dat op de factuur geen BTW wordt vermeld. De afnemer zal de verschuldigde belasting moeten berekenen en daarvan aangifte doen in zijn eigen land. Vaak kan de afnemer deze belasting weer op dezelfde aangifte in aftrek brengen.
De nieuwe hoofdregel geldt voor alle diensten welke tussen ondernemers worden verricht. Het systeem van de nieuwe hoofdregel is niet nieuw. Onder de huidige wetgeving werd dit systeem al toegepast op een groot aantal diensten, zoals e-commerce, telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten, reclamediensten en de diensten door raadgevende personen, ingenieurs, advocaten en accountants. Voor die diensten zal er in de praktijk niet veel veranderen.
Grote voordelen van de nieuwe hoofdregel zijn:
- De ondernemer die de dienst verricht hoeft geen aangifte in de andere lidstaat te doen.
- De ondernemer aan wie een dienst wordt verricht vanuit een andere lidstaat krijgt geen buitenlandse omzetbelasting meer in rekening gebracht en hoeft dan ook geen verzoek meer te doen in de andere lidstaat om teruggaaf van de aan hem in rekening gebracht buitenlandse btw.
Hoofdregel Business to Consumer (B2C)-diensten
Voor wat betreft de diensten door ondernemers aan particulieren (B2C) verandert er niet zo veel. De huidige regel blijft bestaan dat deze diensten in principe belast zijn in het land waar de ondernemer die de dienst verricht is gevestigd. Deze regel geldt ook indien de afnemer van de dienst in een ander land is gevestigd.
Uitzonderingen
Op de hoofdregels wat betreft de plaats van heffing voor B2B-diensten en B2C-diensten bestaan een aantal uitzonderingen, onder andere voor bepaalde vervoersdiensten.
Daarnaast zijn er ook uitzonderingen op de hoofdregels om recht te doen aan het uitgangspunt dat de belasting in beginsel dient te worden geheven in de lidstaat waar de dienst daadwerkelijk wordt verbruikt. Voorbeelden hiervan zijn de verhuur van vervoermiddelen en het verrichten van restaurant- en cateringdiensten. Op deze uitzonderingen komen wij in een volgend artikel nog uitvoerig terug.
Opgemerkt wordt dat per 1 januari 2015 voor alle elektronische diensten, radio- en tv-diensten en telecommunicatiediensten steeds het land van de afnemer is aangewezen als de plaats van dienst.
Aangezien de heffing van btw niet verlegd kan worden naar een particulier zou de aanbieder de btw moeten afdragen in de lidstaat van de particuliere afnemer. Om deze grensoverschrijdende btw-verplichtingen te verzachten en te vereenvoudigen, wordt per 1 januari 2015 een zogenoemd één-loket-systeem specifiek voor deze diensten geïntroduceerd. Dit bijzondere aangiftesysteem biedt de ondernemer de mogelijkheid in het land van vestiging aangifte te doen voor zijn btw-verplichtingen in andere lidstaten.
Schematisch gezien kunnen de verschillen tussen de oude en nieuwe regelgeving als volgt worden weergegeven.
| Huidige situatie | Toekomstige situatie |
| Algemene regel: land waar dienstverrichter is gevestigd |
Algemene regel B2B: land waar afnemer is gevestigd |
| Algemene regel B2C:land waar dienstverrichter is gevestigd | |
| Veel uitzonderingen op deze algemene regel | Een beperkt aantal uitzonderingen op de algemene regels |
| Beperkt gebruik verleggingsregeling: slechts van toepassing op een aantal B2B-diensten die zijn uitgezonderd van de hoofdregel | Ruimer gebruik verleggingsregeling:van toepassing op alle B2B-diensten die vallen onder de algemene regel (btw-heffing in land van de afnemer) |
| Veel teruggaafverzoeken voor het terugvragen van buitenlandse btw | Afname teruggaafverzoeken van buitenlandse btw door de verlegging bij B2B-diensten |
| Leasing vervoermiddelen belast in lidstaat verhuurder |
Kortdurende leasing belast in lidstaat waar vervoermiddel ter beschikking wordt gesteld Langdurende leasing: |
| Restaurant- en cateringdiensten belast op de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd | Restaurant- en cateringdiensten belast daar waar ze materieel worden verricht |
| Geen listingverplichting | Listingverplichting (periodieke overzichten van grensoverschrijdende diensten) |


